INHOUDSOPGAVE


Wat is de BronnenBouwer?

In de bronnenbouwer kunnen superusers en docenten bronnen en oefeningen ontwikkelen. Met deze bronnen en oefeningen kunnen leerlingen op het Klik LMS werken aan hun leerdoelen en informatie tot zich nemen. Bronnen en oefeningen uit de bronnenbouwer kunnen altijd met een URL gelinkt worden aan activiteiten op het platform.

Schooleigen bronnen worden gemaakt op https://content.klikonderwijs.nl/


Het startscherm van de BronnenBouwer bevat alle beschikbaar bronnen. In de kolom status kan je alle bronnen met de status actief en concept zien. Als je klikt op het oogje klikt, zie je alle gesloten bronnen. Deze bronnen zijn niet beschikbaar voor de leerlingen.

Nieuwe bron aanmaken

Klik op de knop  om een nieuwe aan te maken.

Invulvelden:

Naam

  • Bij een theoriebron gebruik je als naam de vraag die beantwoord wordt. Bijvoorbeeld: Hoe bereken je een hoek?
  • Bij een oefening gebruik je als naam wat de leerling gaat doen. Gebruik altijd een werkwoord.
    Bijvoorbeeld: Bereken verschillende hoeken.

Code

Met een code bepaal je de volgorde van de activiteiten in de lijst bepalen.  De bronnen worden chronologisch getoond na het geven van verschillende codes.

Type
Een bron kan een standaardbron zijn of een toetsbron. Het verschil tussen deze twee types is dat een toets slechts één keer gemaakt kan worden door een leerling.

Status
Een bron kan de volgende status hebben:

concept:     niet zichtbaar voor leerlingen

actief:         zichtbaar en beschikbaar voor leerlingen

gesloten:     bron is bewaard en inactief

Bron baseren op
Je kan een kopie maken van een bestaande bron om deze te gebruiken als basis met een aantal aanpassingen. Dat  gaat als volgt:

  • maak een nieuwe bron aan;
  • kies de optie bron baseren op;
  • pas de gegevens en aan sla de bron op.

Bron kopiëren en bewerken
Je kan er ook voor kiezen om een bron te dupliceren en daarna aan te passen. Dat gaat als volgt:

  • klik achter een bestaande bron op het icoontje om te dupliceren;
  • vul de gegevens in het invulscherm in volgens bovenstaande instructie;
  • pas werkvormen aan, voeg werkvormen toe of verwijder werkvormen.

Werkvormen van de bronnenbouwer

Er zijn elf verschillende werkvormen waarmee je een bron kunt opbouwen. Deze leggen we graag hieronder aan je uit.

Tekst

De werkvorm Tekst gebruik je voor het weergeven van een instructie, oefening of andere tekst. 

Invulvelden

  1. In het tekstvak vul je de tekst in die op het scherm moet verschijnen.
    Met behulp van de standaard tekstopmaak kun je de tekst opmaken. De titel maak je aan via de toolbar in het dropdown menu ‘Paragraaf’. Je kiest dan bijvoorbeeld voor Kop 4. Voor een alinea selecteer je de tekst en kies je in dit menu voor ‘Paragraaf’.
  2. De optie voor een voorleestaal geeft de leerling de mogelijkheid de tekst te laten voorlezen door op de speaker te klikken. De standaardinstelling is Nederlands (ook als je het veld leeg laat). Je kunt ook kiezen voor Engels, Duits, Frans of Spaans. Kies voor de optie ‘Niet voorlezen’, wanneer je het voorlezen niet beschikbaar wilt stellen.
  3. Met de knop opslaan wordt de werkvorm opgeslagen en toegevoegd aan de bron.
  4. Klik op het bewerk icoontje bij een onderdeel om de werkvorm te wijzigingen.

Tip: Naast gewone tekst kun je hier ook links en afbeeldingen plaatsen. Gebruik hiervoor de opties in de toolbar.

Wiskundige/natuurkundige/scheikundige formules toevoegen (LaTeX)

De BronnenBouwer herkent ook LaTeX-codes. Op die manier kun je wis-, natuur- en scheikundige formules tonen in de bron. Klik je in de toolbar op het icoon:om een LaTeX-code in te voeren.

In de pop-up die opent, plak je de LaTeX-code. LaTeX-codes kun je genereren via bijvoorbeeld HostMath. Klik daarna op ‘OK’ en ‘Opslaan’.
In de edit modus zie je nu nog niet de daadwerkelijke formule staan. Deze wordt pas zichtbaar als je het voorbeeld bekijkt.

LaTeX-codes kun je ook gebruiken in feedback teksten.

Video

De werkvorm Video geeft je de mogelijkheid een YouTube of Vimeo video toe te voegen. Plak de URL (link) van de video in het veld ‘Video URL’.

Met de toolbar voor tekst kun je een begeleidende tekst toevoegen. 

De BronnenBouwer herkent automatisch url’s van YouTube en Vimeo en zet die om zodat de video binnen de bron kan worden afgespeeld. Ook url’s van andere videowebsites (directe link naar de video) kunnen worden toegevoegd.

  1. Geef je video een titel.

  2. Vul de URL van de video in. De BronnenBouwer zet direct de link om en toont nu de velden ‘Start’ en ‘Einde’.
    Let op! Alleen bij YouTube-video’s is het mogelijk om de start- en eindtijd in te vullen. Bij Vimeo Video's kan alleen de starttijd ingevuld worden.

  3. Geef aan op welke seconde de video moet starten.

  4. En tot welke seconde je deze video wilt tonen.

  5. Het geluid kan je dempen door het vinkje aan te zetten.
    Handig als je bijvoorbeeld,een mooie animatie video voor biologie hebt gevonden, maar de voice-over in het Engels niet wilt gebruiken.

  6. Klik op opslaan om je video aan de bron toe te voegen.

Opmerking: 

  1. Door de velden start (sec) en einde (sec) leeg te laten, wordt de gehele video getoond.
  2. De suggesties die YouTube doet aan het einde (of bij het pauzeren) van de video (thumbnails in het scherm) zijn helaas niet te verbergen. Dit is beleid van YouTube.

Interactieve video

De interactieve video gebruik je voor het toevoegen van teksten en/of open vragen aan een video. De teksten ondersteunen de leerling in het begrijpen van de video en met de vragen kun je controleren of de leerling de inhoud begrijpt.
Deze werkvorm is niet geschikt voor toetsbronnen.


De toolbar voor tekst kun je gebruiken om een introductie plaatsen bij de video. In deze werkvorm worden alleen video’s van YouTube geaccepteerd. Kopieer de link van YouTube en plak die in het veld ‘Video URL’. De YouTube video wordt direct herkend en omgezet zodat de video binnen de bron kan worden afgespeeld. 

Acties toevoegen aan een interactieve video.

  1. Speel de video af tot het punt waar je iets wilt toevoegen en zet deze op pauze.

  2. Klik op de knop ‘Voeg toe’ om een tekst, open vraag of meerkeuzevraag toe te voegen.

  3. Om op te slaan klik je op de diskette rechtsboven. Jouw toevoeging is opgenomen in de video; je herkent dit aan het bolletje.
    Een wit bolletje is een tekst, een geel bolletje een open vraag of meerkeuzevraag.
    Je kunt zoveel interacties opnemen als je wilt.

  4. Het is ook mogelijk om een starttijd en eindtijd aan te geven. Spoel de video door naar de gewenste tijd en klik op ‘starttijd’ of ‘eindtijd’. De video wordt automatisch ingekort.

  5. Voor een ondertiteling kies je de gewenste taal in het dropdownmenu (werkt alleen bij YouTube-video’s en wanneer de maker van de video ondertiteling heeft toegevoegd).

  6. Het geluid van de video kan je dempen door het vinkje aan te zetten. Dit kan handig zijn wanneer je bijvoorbeeld voor biologie een mooie animatie video hebt gevonden, maar de voice-over in het Engels niet wilt gebruiken.

  7. Klik op opslaan om alles aan je bron toe te voegen.

Opmerking: De suggesties die YouTube doet aan het einde (of bij het pauzeren) van de video (thumbnails in het scherm) zijn helaas niet te verbergen. Dit is beleid van YouTube.

De leerling ziet vervolgens deze werkvorm:

Open vraag

Een open vraag gebruik je om de leerling in eigen woorden een antwoord te laten formuleren. Zo kan hij in eigen woorden stof herhalen, een eigen mening formuleren of hogere denkvaardigheden tonen (zoals verbanden leggen, interpretaties en analyses doen).

Invulvelden:

Vraag: Vul hier de vraag in.

Antwoordveld: Om de leerling een hint te geven  kun je hier bijvoorbeeld een deel van het antwoord invullen.
                            De leerling zal deze tekst zien in het antwoordveld. Hij kan deze tekst verwijderen of verder aanvullen.

Feedback:             Vul hier het antwoord in.

Klik op opslaan om alles aan je bron toe te voegen.

De leerling ziet het volgende:

Leerlingen kunnen de open vraag beantwoorden en vervolgens op ‘Controleer’ klikken. Hiermee kunnen ze zelf hun antwoord vergelijken met het antwoord in het ‘Feedback’ veld.

Meerkeuze

Gebruik de meerkeuzevraag zodat de leerling kan controleren of hij de stof heeft begrepen. Je kunt hier enkelvoudige of meervoudige goede antwoorden mee maken.

  1. Toon antwoorden willekeurig

    • Vink deze optie aan als je de antwoorden in willekeurige volgorde wilt tonen. Iedere keer dat je de vraag opent, kan de volgorde van de antwoorden verschillen.

    • Vink deze optie UIT als je de antwoordopties op de volgorde wilt tonen zoals je ze zelf hebt ingevoerd. Dit is bijvoorbeeld aan te raden wanneer je oplopende of aflopende getallen of letters gebruikt. Als deze in willekeurige volgorde staan, is het voor de leerling moeilijker om de vraag te beantwoorden.

  2. Vul de vraag in bij het vak ‘Vraag’.

  3. In het veld  ‘algemene feedback’ vul je een standaard antwoord in die alle leerlingen krijgen bij het controleren van de opgaaf. Klik op ‘Voeg toe’ rechtsonder het optie blok om een antwoordoptie toe te voegen. 

    • Optie: Vul hier de antwoordopties in.

    • Feedback: Dit geeft de mogelijkheid specifieke feedback toe te voegen bij deze antwoordoptie. De leerling krijgt deze feedback te zien als hij het informatie icoontje aanklikt.

    • De BronnenBouwer herkent aan de antwoorden die aangevinkt zijn met ‘Dit is het correcte antwoord’, dat het een vraag is met enkelvoudige of meervoudige goede antwoorden. Vink je dus één antwoord aan als correct, dan wordt het een vraag met slechts één juist antwoord. Vink je meerdere antwoorden aan, dan wordt het een vraag met meerdere juiste antwoorden.

    • Door op het prullenbakje te klikken kun je deze antwoordoptie verwijderen. Klik op het driehoekje om het antwoord in- of uit te klappen, zodat je meer ruimte krijgt.

  4. Verplaats eventueel de verschillende antwoordopties van plek. Dit kun je doen door op het pijltje naar boven of beneden te klikken. Heb je ‘Toon antwoorden willekeurig’ aangevinkt, dan maakt de volgorde van de antwoorden niet uit.

  5. Klik op het diskette-icoontje om op te slaan en alles aan je bron toe te voegen.

De leerling ziet vervolgens deze meerkeuzevraag:

Gatentekst

In een gatentekst vullen leerlingen het ontbrekende woord in of de leerling kiest uit een lijstje met mogelijke invulopties.

Invulvelden

  1. Opdracht: Geef deze gatentekst een titel.

  2. Gatentekst: Voer hier de complete tekst in (zonder de gaten).

  3. Voeg nu de 'gaten' aan je tekst toe:

    1. Selecteer een stukje tekst

    2. Klik op het potlood icoon in de toolbar

    3. Herhaal stap 1 en 2 totdat je alle gaten in je tekst bepaald hebt

    4. Stel de mogelijke opties per selectie in

  4. Onder de instructies op het scherm staan opties om je gatentekst te maken:

    1. Antwoorden zijn hoofdlettergevoelig. Vink deze optie aan als het typen van hoofdletters en kleine letters belangrijk is.

    2. Toon antwoorden in dropdown.
      Vink deze optie aan als je antwoordmogelijkheden in een dropdownmenu wil tonen. Vink deze optie uit als de leerling het antwoord zelf moet intypen in de gaten. 

  5. Als je al je gaten hebt toegevoegd vind je ieder woord dat je geselecteerd hebt als ‘gat’ onderaan in het scherm. Klap het venster open (pijltje naar beneden) om de opties per ‘gat’ in te stellen.

    1. Feedback: Dit geeft de mogelijkheid specifieke feedback toe te voegen bij deze antwoordoptie. De leerling krijgt deze feedback te zien als hij het informatie icoontje aanklikt.

    2. Optie: Het woord dat je hebt geselecteerd als ‘gat’ is direct de eerste optie. Geef aan of de optie juist is door het hokje erachter aan te vinken.

      • Als je geen dropdown hebt kun je bij de opties goede antwoorden toevoegen door op + voeg toe te klikken. Geef aan dat dit antwoord juist is. Houd rekening met typfouten of met het uitschrijven van getallen. Je kunt bijvoorbeeld 8 en acht als goede opties meegeven.

      • Een dropdown geef je meerdere opties mee door deze op dezelfde manier toe te voegen. Geef aan welke optie juist is. De opties binnen het dropdown menu kun je willekeurig laten verschijnen. 

      • Wil je dat alle opties binnen alle ‘gaten’ gelijk zijn? Klik dan op ‘kopieeropties’.

  6. Klik op opslaan om alles aan je bron toe te voegen.


Zo ziet de leerling de gatentekst oefening:

Vaste antwoorden

Met vaste antwoorden kun je een reeks meerkeuzevragen bundelen. De antwoordopties zijn telkens gelijk. Zo kun je bijvoorbeeld meerdere stellingen voorleggen. 

  1. Opdracht: Geef de leerling een opdracht mee. Voorbeeld: Geef voor elke stelling aan of deze waar of niet waar is.

  2. Feedback: Hier kan je een algemene terugkoppeling geven die de leerling ziet als hij de vraag controleert.

  3. Noteer bij de vaste antwoorden de opties waaruit de leerling telkens kan kiezen. Standaard staat hier ‘Waar’ en ‘Niet waar’ als optie, maar je kunt deze bewerken. Je kunt meer opties toevoegen door op voeg toe te klikken. Je kunt opties weggooien door op de prullenbak te klikken.

  4. Vul dan de stellingen of vragen in. Klik op voeg toe onder ‘Stelling / Vraag’ om er één toe te voegen. Je krijgt per stelling vraag een aantal opties:

    • Vul bij ‘Vraag’ de stelling, de vraag of het woord in.

    • In het veld ‘Feedback’ vul je een specifieke feedback in bij deze stelling/vraag die alle leerlingen krijgen bij het controleren van de opgave.

    • Kies het juiste antwoord bij deze stelling/vraag.

    • Je kunt een stelling/vraag weggooien door op het prullenbakje te klikken.

    • Klik op het pijltje om de stelling/vraag in te klappen voor meer ruimte.

  5. Klik op opslaan om alles aan je bron toe te voegen.

Klik op het pijlicoontje om de antwoord volgorde te resetten.

Zo ziet de leerling de oefening:


Volgordevraag

Met de volgordevraag plaatst de leerling woorden of zinnen in de juiste volgorde. Bijvoorbeeld handig om te controleren of zij gebeurtenissen chronologisch ten opzichte van elkaar kunnen plaatsen.

  1. Opdracht: Geef de leerling een opdracht mee. Bijvoorbeeld: Plaats de gebeurtenissen in de juiste volgorde.

  2. Feedback: Hier kun je jouw feedback kwijt. Deze geldt voor de hele opdracht, ongeacht of de leerling het goed of fout heeft.

  3. Opties: Geef hier de opties aan voor de volgorde reeks. Dit zijn de zinnen of woorden die de leerling in de juiste volgorde moet plaatsen.

  4. Geef vervolgens de juiste volgorde aan.

  5. Klik op opslaan om alles te bewaren.

Om de antwoord volgorde te resetten, druk je op de reset knop.

Zo ziet de leerling de oefening. Klik op ‘Reset’ om de antwoord volgorde te resetten.

Koppelvraag

Zinnen of woorden bij elkaar zoeken kan met behulp van de koppelvraag. Bijvoorbeeld handig bij kleine woordenschatoefeningen of oorzaak-gevolgrelaties.

  1. Opdracht: Geef de leerling een opdracht mee. Bijvoorbeeld: Maak de juiste combinaties.

  2. Algemene feedback: Hier kan je een algemene terugkoppeling geven die de leerling ziet als hij de vraag controleert. Deze geldt voor de hele opdracht, ongeacht of de leerling het goed of fout heeft.

  3. Klik op ‘Voeg toe’ om een koppel toe te voegen. Er verschijnen een aantal opties:

    • Koppel: Geef hier het koppel aan. De linkerkant staat vast, de rechterkant zijn de keuzes voor de leerling.

    • Specifieke feedback op dit koppel kan je kwijt onder ‘Feedback’.

  4. Voeg een aantal koppels toe. Het is goed om een minimum van drie aan te houden.

  5. Klik op opslaan om alles te bewaren.

Zo ziet de leerling de oefening:

Woordenlijst

Een woordenlijst geeft de mogelijkheid om twee kolommen met woorden naast elkaar te zetten. Dit is handig bij taaloefeningen waarbij de eerste kolom meestal de Nederlandse vorm van een woord is. De tweede kolom representeert hetzelfde woord in een andere taal:

  • Per kolom kun je een voorleestaal selecteren. 

  • Een rij verwijder je door op het prullenbakje te klikken. 

  • Een nieuwe rij voeg je door op ‘+ Voeg toe’ te klikken. Ook is het mogelijk om vijf rijen in één keer toe te voegen. 

De leerling ziet de woordenlijst, maar kan ook kiezen voor een invuloefening waarbij één van de twee kolommen ingevuld moet te worden.

Hotspot

Een hotspot gebruik je voor het toevoegen van een afbeelding met daarop interactieve vraag elementen. Op die manier kan de leerling controleren of de leerstof is begrepen.

  1. Introductie: Mogelijkheid om een tekst ter introductie toe te voegen.

  2. Afbeelding(en): Klik op de plus om een afbeelding toe te voegen. De afbeelding mag niet groter zijn dan 500kb. Online zijn er allerlei gratis programma’s om je afbeelding te verkleinen zodat deze onder de 500kb komt; bijvoorbeeld Compress JPEG. Google op gratis compressieprogramma’s voor meer.

  3. Vragen: Klik op de plus om een vraag toe te voegen aan deze afbeelding.

  4. Vul jouw vraag in bij ‘Stel hier jouw vraag’.

  5. Bij ‘Hotspots bij deze vraag zichtbaar op afbeelding?’ kun je bepalen of de hotspot zichtbaar moet zijn op de afbeelding. Als je het schuifje op ‘uit’ zet, dan zijn de hotspots niet zichtbaar. Bij ‘aan’ zal er een grijs vierkantje op de afbeelding komen te staan. De leerling kan dan zien welke hotspots er zijn. Op die manier kun je de hotspot op twee manieren inzetten, afhankelijk van het doel van de oefening. Wil je iets uitleggen, bijvoorbeeld de werking van het hart, dan kun je de verschillende onderdelen van het hart ‘aanwijzen’ en als de leerling op de spot klikt, dan verschijnt er een toelichting.

  6. Voeg spot toe: Klik op ‘Voeg spot toe’ om een nieuwe spot toe te voegen aan je vraag. Een spot is dus een klik optie. Er verschijnt nu linksboven in je afbeelding een klein vierkantje. Dit vierkantje kun je nu op de juiste plaats zetten. Pak met je muis het vierkantje vast en versleep het naar de juiste plek op je afbeelding. Door middel van het witte driehoekje in het vakje kun je het vierkantje groter of kleiner maken. Dit hangt af van hoe groot je de hotspot wilt hebben.

  7. Feedback geven: Klik op het kleine tandwieltje in het vakje om de feedback in te vullen. Vink ‘Is deze spot het correcte antwoord?’ aan, indien deze spot het juiste antwoord is. Zo niet, dan vink je dit uit. Klik ten slotte op het diskette-icoontje om de wijziging op te slaan. Klik op het prullenbak icoontje om de spot te verwijderen.

  1. Nieuwe vraag toevoegen: Nadat je de eerste vraag hebt toegevoegd kun je nog meer vragen toevoegen of afbeeldingen toevoegen aan dezelfde hotspotbron. Hiervoor klik je boven je eerste afbeelding opnieuw op ‘Voeg spot toe’. Je herhaalt vervolgens de bovenstaande stappen vanaf stap 4.

  2. Nadat je alle vragen en spots geplaatst hebt, klik je bovenaan op ‘Opslaan’. De hotspot is nu opgeslagen, en je keert terug naar de bron.

Een hotspotwerkvorm kan dus uit bestaan uit meerdere afbeeldingen en een afbeelding kan vervolgens bestaan uit meerdere vragen, met meerdere spots.

Een hotspot bewerken

  1. Open de hotspotwerkvorm en selecteer de afbeelding waarin je een wijziging wilt aanbrengen.
  2. In het geval van meerdere afbeeldingen selecteer je eerst de juiste afbeelding.
  3. Klik hierna op ‘Vragen bewerken’ om de vragen of hotspot(s) te kunnen bewerken.
  4. Onder ‘Vragen’ klik je op de vraag die je wilt aanpassen. Wijzig nu de tekst van je vraag en klik op ‘Bewaar’.
  5. De spots pas je aan door op de afbeelding in de spot te klikken.
  6. Door op het tandwielicoontje te klikken kan je de feedback van de spot bewerken. De grootte van je spot pas je aan door het witte driehoekje in de spot vast te pakken en te verslepen (zie ook stap 6 en 7 hierboven). Je kan de spot verplaatsen door op het driehoekje te klikken en te verslepen.
  7. Je kunt ook de volgorde van de vragen aanpassen. Klik hiervoor op de vraag en kies voor ‘Links verplaatsen’ of ’Rechts verplaatsen’.
  8. Als je klaar bent, klik dan bovenaan op ‘Opslaan’. Je keert nu terug naar het overzicht van de bron.

Wil je meer informatie? Klik hier om onze Supportpagina te bekijken!